DUUR ASPIRIENTJE

“Een verkeersdrempel is een infrastructurele maatregel die zorgt dat de rijsnelheid van het verkeer, en dan met name die van auto’s wordt verlaagd naar een veilige snelheid: 30 km per uur of lager.” Aldus Dirk de Baan (let op de woordgrap) van De Baan Verkeersadvies. “Een drempel is een noodzakelijk kwaad,” voegt de deskundige eraan toe. Bijna krijg ik begrip voor de wat Amerikaanse redenering dat een geweer op zich niet gevaarlijk is, maar dat in handen van de verkeerde mensen pas wordt. Auto’s rijden niet vanzelf harder dan 30 kilometer, de bestuurder is daarvoor verantwoordelijk. Dus moeten we die aanspreken op hun gedrag, bijvoorbeeld met een bord. “Matig uw snelheid.” De kosten van een bord beginnen bij 75 euro, paal d’r bij, gat boren, plaatsen. Hoppa, 250 euro. Te laag geschat? Nou 500 euro dan, er komen voor tenslotte voor dit klusje een paar overheidsdienaren in actie.  We kunnen ook kiezen een intelligent digitaal snelheidsbord. Kosten bijna 4000 euro. Een domme drempel kost echter een slordige 23.500 euro. Daar kun je bijna 5 digitale borden voor kopen. Valt meer op, kun je herplaatsen en prikkelt automobilisten. Die gaan dan niet van tussen de drempels hard optrekken om de frustratie verloren tijd goed te maken. Het vermindert irritatie bij ambulance-, brandweer- en buspersoneel. Die kunnen zonder hobbels redelijk veilig en vooral snel op de bestemming aankomen. Een CO2 meting van al dat afremmen en optrekken is zeker ook de moeite waard. De extra slijtage aan draagarmen, banden en zo meer van auto’s laten we even buiten beschouwing. En dan is er nog zoiets als Europese wetgeving. We lopen de kans dat al die kunstmatige obstakels vervangen moeten worden door uniforme Euro-hobbels. Het is onderdeel van de ‘aspirientjes-cultuur’. We handhaven niet de regels, maar we hinderen elkaar ermee. We pakken niet de oorzaak van de hoofdpijn aan, maar de pijn zelf, tijdelijke maatregelen en zeker geen blijvertjes. De mens kan hierin veel betekenen. Eerst een appel doen aan het gezond verstand: automobilist denk na. En daarna stellen we een diender aan voor 40.000 euro bruto per jaar. Die kan dan niet alleen zeer regelmatig de snelheid controleren, maar ook verder in de buurt de veiligheid bevorderen. Menselijker, logischer. Heeft de hele gemeenschap plezier van. Daarom zijn verkeersdrempels te vergelijken met een heel duur aspirientje …

INTELLECTUEEL VOYEURISME

De documentaire-serie ‘De kinderen van Ruinerwold’ wordt een beetje gehyped. Diepgang, betrokken, onthullend, het zijn termen die je ook elders in televisieland veelvuldig worden gebruikt. Jessica Villerius, documentaire-specialist, stelt op de pagina van haar eigen Posh Productions: “Ik vind dat wij we ‘tools die we hebben’ – vaak een prime time slot en dus de mogelijkheid om een groot publiek te bereiken -moeten inzetten om mensen beter, slimmer en rijker te maken qua kennis en inzichten.” Meer kunnen we het niet eens zijn. De kijker en luisteraar beeldmateriaal en teksten aanbieden waardoor ze een gedegen standpunt kunnen bepalen. Toch krijgt het iets ongemakkelijks als we, bijna analoog aan programma’s als RTL-boulevard elk persoonlijk detail van betrokkenen cq slachtoffers omspitten van Ruinerwold. Dat zou je kunnen betitelen als ‘intellectueel voyeurisme’. Er blijft ook een grote vraag liggen: “In hoeverre zijn wij als omringende toeschouwers medeschuldig aan het voortduren van een eigenlijk onaanvaardbare situatie?” Heeft dan niemand iets gemerkt? Heeft dan niemand twijfels gehad in die negen jaar? Heeft niemand de stoute schoenen aangetrokken om zelf poolshoogte te nemen of getracht autoriteiten aan te zetten tot actie? Hoe is dat mogelijk in een maatschappij waarin we zoveel van elkaar (menen te) weten? Tijd voor een of meerdere documentaires met als werktitel: ‘Niemands schuld, toch gebeurd.’

Chris Wolters

NEBUKADNEZAR

Eind zestiger jaren was Nederland nog sterk verzuild, stond God zij met ons nog in de rand van de zilveren gulden en waren de kerken op zondag nog goed gevuld. Mijn ouders stuurden me naar een openbare lagere school. Pas in de zesde klas kwam godsdienstles aan de orde. Dat was een simpele keuze: ja of nee. Niks humanisme, katholieke of pc. Nee, gewoon de hoofdonderwijzer deed het erbij. Zijn roem snelde hem vooruit. Het was een soort extra voorleesuur. Mannes Muilerman, de strenge bovenmeester waarvan ik niet wist dat hij een voornaam had, was een begaafd voorlezer. We hingen in ieder geval aan zijn lippen als hij op vrijdag, na het boekenruilen, de week besloot met een hoofdstuk uit ‘Holland onder het hakenkruis’. Degelijke oorlogsavonturen, overgoten met een licht godsvruchtig sausje, want geschreven door Piet Prins alias Tweede Kamerlid en GPV-voorman Pieter Jongeling. Hij was trouw verdediger van het Huis van Oranje, de eigen verantwoordelijkheden van de regering en de Tweede Kamer en van het bestaansrecht van kleine politieke partijen. Hij keerde zich tegen de ‘culturele revolutie’ van de jaren zestig en bestreed de veranderende opvattingen over seksualiteit, de dreigende legalisering van abortus provocatus en de secularisering in het algemeen. In de buitenlandse politiek was hij anticommunistisch, trouw aan de NAVO en had begrip voor de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika. Het paste bij de school. Naast rekenen en taal leerde je een beetje voor brave burger. Toch zijn de godsdiensturen welbesteed. Vanaf die lessen kende ik wat Bijbelse namen, had een idee van bijzondere gebeurtenissen uit de Bijbel, zoals de tocht van Mozes door de Rode Zee. Goed getimed en welgekozen leek het wel of ik echt wat van dat heilige boek wist. Een naam is me echt bijgebleven zonder dat ik ook maar een idee heb waarom: Nebukadnezar. Dat moet voorzienigheid zijn: het is de god van wijsheid en schrift. Daar heb ik wel wat mee.

NB: 11 januari 2015 overleed Mannes Muilerman 101 jaar oud

BLACK SPOKEN ARTISTS MATTER

Verslagen, dat gevoel overviel mij nadat schrijver en dichter Marieke Lucas Rijneveld zich heeft teruggetrokken als vertaler van de poëzie van Amanda Gorman. Niet eens onbegrijpelijk. Fel protest en het actievoeren winnen het steeds vaker van weloverwogen keuzes, is mijn idee. In alle oprechtheid denk ik dat actievoerders die zure regen en zwarte piet bestrijden, de goede zaak een slechte dienst bewijzen. Integendeel, het heeft de kloof tussen klimaat-activisten en ontkenners vergroot en in het algemeen tussen voor- en tegenstanders, van de have eand have not’s. In plaats van ‘we agree to disagree’ overeen te komen, moet en zal men overwinnen. Kinderen in de zandbak is dat vergeven. Zij weten nog niet dat je samen uit problemen kunt komen zonder te schelden, te slaan en met zand te gooien. Van volwassenen verwacht ik ander gedrag. Dus ook van activist, journalist en curator Janice Deul. Hoezo moet de vertaalster van Gorman’s werk ‘unapologetically black’ zijn? De betekenis van die uitdrukking is: ‘Loving yourself and your people because some whites sure won’t.’ Hoezo houd ik als oudere blanke man niet van andere mensen, van welke afkomst dan ook? Afstamming of afkomst is voor mij geen criterium. Wel of hij of zij het klusje kan klaren of in dit geval in staat te doorgronden wat er geschreven staat. Rijneveld is jong, intelligent, getalenteerd, voelt zich naar het schijnt man noch vrouw. Ze is ook internationaal erkend en ‘niet bang om zich uit te spreken’. De stelling ‘Black spoken word artists matter’, onderschrijf ik daarmee van harte. Dat geldt evenzeer het werk van alle andere auteurs als ze door een zeef van bijvoorbeeld kenners, jury’s en de communis opinio zijn gehaald en goed bevonden. Daarom voel ik me verslagen. Je hoopt steeds alsnog op weg te zijn naar meer verdraagzaamheid, in Amerika en in Europa. Die droom is dus verstoord. Verstoord zoals die van Martin Luther King. Zoals recent vanwege die perikelen rond Lale Gül. Verslagen dus …

Chris Wolters (oudere blanke man)

EERBETOON AAN JUFFROUW VAN ZETTEN

Wandelend met de hond kom ik de eerste zachte dagen langs uitbundig groeiende krokussen en sneeuwklokjes. Voorbode van de echte lente. En elk jaar komt dan spontaan het seizoensgebonden liedje dat Juffrouw-Van Zetten-dalma ons leerde in de eerste klas. “Het was nog dor en nog schraal en nog overal kaal, maar een sneeuwklokje stak er zijn kopje al eens boven de grond en het keek er eens rond, in haar sneeuwwit hansopje.” Naarstig speuren op het internet, gaf tal van oude kinderliedjes met als thema sneeuwklokjes. Daaronder 40 bijbelse. Geluisterd, maar nee. “Sneeuwklokje, sneeuwklokje, zie je de zon. Sneeuwklokje, sneeuwklokje, de winter is om.” En ook niet “Als in Holland de sneeuwklokjes bloeien, komt de lente, komt de lente.” Enthousiast gebracht door de verder voor mij onbekend gebleven Elmari-zusjes. Wat klinkt daar uit de sneeuw zo fijn? Zie lenteklokjes, klokjes klein, Die kling’len in de zonneschijn. En zeurt nog even verder in Tineke’s Doe Hoek*. Zelfs Herman Broekhuizen komt met kleuterdeuntjes niet verder dan Sneeuwklokjes, Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes komen uit de grond, Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes overal in ’t rond., Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes luiden elke keer. Sneeuwklokjes, sneeuwklokjes lente komt nu weer.” Het rijmt, maar echt sterk is het niet. Langzamerhand kom ik tot de overtuiging dat juf Van Zetten niet alleen een hele strenge juf was om de klas in toom te houden, maar ook omdat ze dan tijd had creatief te zijn, in poesie-albums te schrijven en met ons te zingen. Mevrouw Van zetten-Dalma had, bedenk ik me nu, waarschijnlijk hele andere ambities. Die heeft ze maar gedeeltelijk waar kunnen maken. Wel heeft haar artistieke kant zoveel indruk gemaakt dat na ruim 60 jaar nog steeds dit liedje letterlijk in mijn kop zit. Iedere lente weer. Met dank aan juffrouw Van Zetten.

GEURVOCABULAIRE

Nederland heeft een armoedig geur-vocabulaire. Dat wordt geconstateerd in een artikel in De Volkskrant (18-12-2020) over de Slag bij Waterloo. Tegelijk komt bij mij de geur van paarden, cordiet, bloed en zweet in de neus. Misschien ook van geschifte melk, van geroosterd varkensvlees. In ieder geval schiet de woordenschat te kort. denk aan bijvoorbeeld de penetrante pislucht van toiletten in oudere scholen. Of de weeïge lucht die niet te vermijden is als je op de A1 langs de vuilnisbelt bij Wilp rijdt. Zo stevig dat ie blijft hangen tot aan Deventer of Apeldoorn, afhankelijk van de richting waarin je die rottende puist in het landschap passeert. Maar terug naar een adequate geur omschrijving van een vuile kattenbak, de specifieke geur van nieuwe auto’s of die van aangebrande aardappelen is moeilijk te vatten. Rotte eieren, een lijkenlucht, doordringende ammoniaklucht. Het is allemaal afhankelijk van de geur-herinnering van de ander. Ga maar eens samen vieze lucht omschrijven. En daar moeten we iets aan doen. Anders zijn we te lang bezig positieve en negatieve geur-eigenschappen uit teleggen. Ook moeten we beter leren geur-associeren. Want veel verder dan de geur van een appeltaart bij een te verkopen huis, dat is te weinig, veels te weinig. het is een nieuwe marketingmogelijkheid, het is een basis voor verkoop. van nagenoeg elk product. Nieuw stereo-apparatuur moet je eerst ruiken en dat beleven, misschien daarna voelen en vooral voordat je het ziet. Zo gaan we toe naar integrale geur-beleving. En niet zomaar, maar voor een maatschappij met meer begrip, meer empathie, beter inzicht vanwege de geur-geleiding naar geur-beleving en ervaring en dan nog eens geur-herinnering. het is een wijdse nieuwe wetenschap die we in kunnen zetten om in plaats van meer te verkopen andere dingen aan de man of vrouw te slijten. Tijd voor een onderzoek, een verkenning en een leerstoel. Pardon, een geurstoel.

KRAAG

Ondanks de belangwekkende mededelingen en de discussie rondom COVID bij Op1, werd mijn aandacht vooral getrokken door het opstaande kraagje van Lodewijk Asscher. dat wil zegen, de boord van het witte overhemd werd door het rever van zijn jasje. Kennelijk te snel aangeschoten na de make-up. Door een wat oudere presentatrice ooit de gang naar monumentenzorg genoemd, die voorbereiding op de niets ontziende lampen in de studio. De visagiste is juist degene die oneffenheden moet maskeren zodat de aandacht niet wordt afgeleid. Want het is waar, op televisie worden kuiltjes, pukkels, couperose genadeloos zichtbaar, sterker: uitvergroot tot immense omvang. Lodewijk Asscher overkwam hetzelfde als heel lang geleden Jan-Michiel Hessels van Vendex. keurige man, shirt van het eigen merk en dan een opstaande punt. Gelukkig waren we met dat interview niet live in de lucht, dus konden we stoppen om Hessels te bewaren voor de verkeerde aandacht. niemand heeft geweten dat het puntje van zijn overhemd ‘meepraatte”. Je hebt tenslotte de verantwoordelijkheid of op zijn minst het fatsoen om iemand goed uit de verf, en in dit geval de make-up, te laten komen. Dat was toen nog zo. Nu duurde het mij te lang dat iemand van de opnamecrew dit ogenschijnlijk kleine euvel buiten beeld zou oplossen. Dat Duurde lang, heel lang. En daardoor werd me niet duidelijk wat Asscher nu eigenlijk te zeggen had. Het versterkte mijn idee dat Asscher ook niet zo veel met het virus had, en veel meer met het podium. Het is waar dat je daar door heen moet kijken, maar met die speling van besmettelijke ellende wil je ook wel eens wat anders. En dat is niet een meepratend kraagje.

HAND

HEB EEN LEUKE DAG

HAND staat in het Engels voor ‘have a nice day’. Men wenst je dus een mooie dag. Nou las ik van de Engelse of de Amerikaanse ‘Hoe-hoort-het-eigenlijk- Amy Groskamp-Tenhave’ dat je dat de hele dag kunt wensen. Gelukkig maar dat zo’n wens voor de hele dag geldt, zelfs voor de avond. Anders moet je daar ook nog weer met de klok in de hand aan de slag om aan de regels te blijven voldoen. Van die regels hebben we al genoeg. Zeker in deze pandemie. De etiquette-expert hielp me ook aan een variant voor het eind van de dag: “Heb een mooie dag voor wat er van over is.” Het mooie is dat je daar vrij vlot in de loop van de dag al mee kunt beginnen. Bijkomend voordeel is dat je ook nog tamelijk origineel bent. Overigens had de deze Anglo-Amerikaanse deskundige nog een variant. Eentje die ik ook opneem in mijn sociale repertoire: “Ik genoot vanmorgen van een heerlijke verse kop thee, hoop dat jouw dag ook zo prettig verloopt.” Het is op het overdrevene af, maar het is wel heel sociaal en haast niet meer van deze tijd. Het kan nog bijdehanter. “Vanmorgen genoot ik van een kritisch artikel over de huidige president van Amerika. Ik kon mij daar uitstekend in vinden en dacht ‘dat zou je moeten delen met anderen’. Mogelijk bent u dat, maar in ieder geval wens ik u veel bijval vandaag.” Ik heb zo m’n twijfels of dat vol te houden is, maar alles is beter dan “Hoi.”. Ik moet mijzelf direct verbeteren. Deze zomer hielden wij vakantie in Nederland en trokken van plaats naar plaats. Een bijzondere ervaring. De mensen in het oosten in het noorden van Nederland waren vriendelijk en groeten je zonder duidelijke noodzaak. Dat schiep een ontspannen sfeer. Echter ook daarin kun je te ver gaan. Met de afwasbak in de hand liep ik aan het eind van een mooie zomerdag naar ‘het sanitair’. Mijn buurman riep mij na: “Prettige afwas.” Dat gaat me te ver. Afwassen is een klusje, zeker op vakantie. Het is een must, een noodzaak, een corvee en soms een lastig sociaal moment waarop ik nooit zoveel weet te zeggen. Veel mensen beginnen namelijk een praatje onder de afwas met: “Het was een mooie dag vandaag.”

GEWETEN VAN DE NATIE

Het is buitengewoon (‘trending’ woord in de USA) prettig te ervaren dat Privé , de Telegraaf en Ferry de Kok zich de rol van geweten van de natie betonen. Niet alleen hebben ze het goed met samenleving voor, ze zijn de beschermer van onze normen en waarden, de bewaker van het burgerlijk fatsoen. Daar doet de bekentenis van onze fotograaf dat gespreid aanleveren meer oplevert niets aan af. Een schandaal in stukken knippen levert nou eenmaal meer op. Hij lag niet in de bosjes om wat ‘exclusieve’ plaatjes te maken voor een roddelblad, niet om de nieuwsgierigheid van brave burgers in de wachtkamers te bevredigen. Fer was daar om mogelijke misstappen vast te leggen. Hij had die ongemakkelijke en verantwoordelijke taak op zich genomen: controleer of de minister van justitie op een blije dag zich wel aan de Corona-regels houd. Dus ‘betrapte’ Ferry de Kok de minister op onoorbaar gedrag. En niet alleen de minister, maar die hele stoet groepsgenoten. Het zijn dat soort dappere daden waar we als natie in moeilijke tijden op zitten te wachten. Zo versterken we het gevoel dat mensen die niet samen met ons de pandemie aanvallen, lafaards, schoften en a-socialen zijn. Daarmee laten we zien dat we tijd investeren in het hard aanpakken van slapjanussen, dissidenten en criminelen. Werkelijk, hier is met een paar foto’s iets groots verricht.